Vestigingswet bedrijven

Vestiging van bedrijven

De Wet vestiging bedrijven BES (zie link naar de wet) is per oktober 2011 aangepast. 
Onder de nieuwe wetgeving kunnen de meeste aanvragen voor een vestigingsvergunning sneller en eenvoudiger kunnen worden afgehandeld. Alle moratoria die op grond van de voormalige Antilliaanse regelgeving aangaande vestiging bestonden, zijn vervallen. (er kunnen nog wel beperkingen bestaan op grond van andere lokale verordeningen). 
Bedrijven die reeds in Caribisch Nederland gevestigd zijn, hoeven niet opnieuw een vergunning aan te vragen. Bedrijven die op de datum van inwerkingtreding van de herziening een vestigingsvergunning hebben (ongeacht of het bedrijf daadwerkelijk al is gevestigd dan wel nog in de opstartfase verkeert) behouden die vergunning.
Aanvragen die vóór 10 oktober 2010 zijn ingediend maar die nog niet zijn afgehandeld, moeten worden getoetst aan de nieuwe criteria. Daarbij geldt als ‘nog niet volledig afgehandeld’ dat de wettelijke termijn voor bezwaar en beroep (zie daarvoor de Wet administratieve rechtspraak BES) nog niet geheel is verstreken. Voor iedere beschikking die vanaf 10 oktober 2010 wordt afgegeven gelden de nieuwe criteria.

Procedure 

Degene die een vestigingsvergunning wenst te krijgen dient daartoe een aanvraag in.
De aanvrager verstrekt de volgende soorten gegevens:

  • zijn persoonlijke gegevens (naam, woonadres, geboortedatum)
  • het type onderneming waarvoor de vergunning wordt gevraagd. Bijvoorbeeld: makelaarskantoor, souvenirwinkel, fietsenfabriek, guesthouse, hotel met X kamers.
  • de opleiding die hij genoten heeft en eventuele ervaring met het leiden van een bedrijf;
  • hoeveel investering nodig is om het nieuwe bedrijf op te starten;
  • de financiële middelen waarover hij beschikt en die hij voor het nieuwe bedrijf kan inzetten;

De lokale ambtelijke dienst controleert of de aanvraag volledig is en stelt de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag aan te vullen als dat niet het geval is. Vervolgens wordt de Kamer van Koophandel en Nijverheid gehoord over de aanvraag. Is het bestuurscollege van mening dat er geen bezwaar bestaat tegen het verlenen van een vestigingsvergunning, dan kan het de vergunning verlenen.

Maximale behandeltermijn

Nieuw in de wet is, dat een beslistermijn van acht weken geldt. Ook nieuw is, dat als de acht weken termijn verloopt, de vergunning van rechtswege aan de aanvrager wordt verleend. Het bestuurscollege publiceert binnen twee weken na het van rechtswege verlenen een lijst met ondernemingen aan wie een vestigingsvergunning van rechtswege is verleend. Daarna heeft het bestuurscollege, indien nodig, nog acht weken de tijd om nadere voorwaarden te stellen (artikel 6 van de wet voorziet daarin). Maar de ondernemer kan alvast beginnen met zijn bedrijf.

De termijn begint te lopen op het moment dat een aanvraag voor een vestigingsvergunning is ingediend,en deze aanvraag aan alle daaraan gestelde eisen voldoet. Daaronder wordt ook begrepen dat alle benodigde bescheiden zijn aangeleverd. Voldoet de aanvraag niet aan de gestelde eisen, dan stelt het bestuurscollege de aanvrager in staat om de aanvraag aan te passen of aan te vullen. Als de aanvraag is aangepast of aangevuld, en als zij op dat moment aan de gestelde eisen voldoet, dan begint op dat moment de beslistermijn te lopen.

Bezwaar

Indien er volgens het bestuurscollege bezwaar bestaat tegen het verlenen van de vestigingsvergunning, en dat bezwaar is erin gelegen dat de ondernemer kennelijk onvoldoende vaardigheden bezit of kennelijk onvoldoende financiële middelen, dan kan het college de aanvraag binnen acht weken na indiening gemotiveerd afwijzen. In dit geval is het essentieel dat het Bestuurscollege de beslistermijn in acht neemt, omdat anders de beschikking van rechtswege toch wordt verleend.

Afwijzing op grond van algemeen belang

De vestigingsvergunning is in het verleden ook geweigerd om andere algemene belangen te beschermen. Dergelijke belangen zijn onder meer, maar niet uitsluitend, volksgezondheid, milieu, consumentenbescherming, openbare orde en veiligheid. Met de omzetting van 10 oktober 2010 is de mogelijkheid om die andere belangen te beschermen verminderd, in de veronderstelling dat andere regelgevingcomplexen die belangen zouden kunnen beschermen. Dat blijkt niet, althans te weinig, het geval. Totdat die andere regelgeving in werking is getreden om de algemene belangen te beschermen, heeft het bestuurscollege ook het instrument van het weigeren van een vestigingsvergunning tot zijn beschikking, zij het dat de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie met weigering van de vergunning ingestemd moet hebben.

Indien er volgens het bestuurscollege bezwaar bestaat tegen het verlenen van de vestigingsvergunning en dat bezwaar is gelegen in de noodzaak om een algemeen belang te beschermen, dan kan het de aanvrager binnen de eerste periode van acht weken meedelen dat de beslistermijn met een tweede periode van acht weken wordt verlengd. Binnen die 16 weekse periode treedt het bestuurscollege in contact met de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en licht toe op welke gronden de vergunning afgewezen zou moeten worden. Als de Minister instemt met het afwijzen van de vergunning, dan stuurt het bestuurscollege binnen de gestelde termijn een afwijzingsbeschikking. Als de Minister niet instemt met de afwijzing, dan volgt alsnog een positieve beschikking en kan het bestuurscollege nadere voorwaarden stellen, indien dat nodig wordt geacht.

Lees hieronder bij 'Zie ook' de veelgestelde vragen en de bijbehorende antwoorden

Zie ook