De Voogdijraad CN doet verschillende onderzoeken, altijd in het belang van het kind. Deze onderzoeken worden zoveel mogelijk op dezelfde manier uitgevoerd. Hiervoor zijn onderzoekregels opgesteld, die in het Kwaliteitskader van de Voogdijraad CN staan. Afhankelijk van de situatie van kind en ouders kan het onderzoek anders verlopen. Hoe anders, dat leest u bij elk onderwerp.
Hoe verloopt een raadsonderzoek?
Voor het onderzoek maakt de raadsonderzoeker een onderzoeksplan, samen met een gedragsdeskundige en soms ook de juridische medewerker. Hierin staat wat het probleem is en met wie zij gaat praten. Het is de bedoeling dat de raadsonderzoeker een compleet beeld krijgt van de situatie van het kind. Bij de start van een raadsonderzoek worden cliënten uitgenodigd voor een gesprek waarin de raadsonderzoeker uitlegt wat de reden is voor het onderzoek, het doel, de te volgen procedures en hoelang het onderzoek duurt.
De raadsonderzoeker spreekt met de ouders, met het kind en andere familieleden of betrokkenen.
Als de raadsonderzoeker niet met het kind kan spreken, probeert zij het kind wel te zien. Om een goed beeld van de situatie te krijgen kan de raadsonderzoeker ook bij andere personen informatie inwinnen, zoals mensen die het kind goed kennen, zoals een familielid, de huisarts of een leerkracht. Hiervoor is toestemming nodig van de gezaghebbende ouder(s). Ook kan de Voogdijraad CN justitiële gegevens opvragen, bijvoorbeeld als zij een onderzoek doet voor pleeggezinnen, adoptie of eenhoofdig gezag.
De gesprekken kunnen op het kantoor van de Voogdijraad CN zijn of bij het gezin thuis. De raadsonderzoeker overlegt ook met de gedragsdeskundige en de juridische medewerker, voordat hij het rapport schrijft.
In het rapport schrijft de raadsonderzoeker op wat de situatie van het gezin is, hoe het onderzoek is gegaan en wat zij heeft gehoord en gezien. Dit rapport bepreekt zij met de ouders en met het kind, als het kind ouder is. Ouders en kind (als ouder dan 16) krijgen het raadsrapport 5 werkdagen ter inzage, tenzij dit niet in het belang van het kind is.
Afhankelijk van om welk onderzoek het gaat, zijn verschillende soorten acties mogelijk. Als een kind bijvoorbeeld iets heeft gedaan wat volgens de wet niet mag, dan staat in het advies welke straf het beste past. Als het gaat om problemen thuis, dan kan de raadsonderzoeker een verzoek bij de rechter indienen voor een maatregel van kinderbescherming. Als het gaat om een conflictscheiding, dan kan in het advies staan bij wie de kinderen het beste kunnen wonen.
Als het rapport helemaal klaar is, dan stuurt de raadsonderzoeker het naar de ouders en soms ook naar het kind. Afhankelijk van het soort onderzoek stuurt hij het rapport ook naar de rechter, de officier van justitie of het ministerie van Veiligheid en Justitie. Naar wie precies, dat leest u bij elk onderwerp.
