Horeca

De horeca is een sector met grote arbeidsrisico’s. Bijvoorbeeld illegale tewerkstelling, onderbetaling en overtreding van de werk- en rusttijden.  De Arbeidsinspectie heeft daarom veel aandacht voor deze sector. Van november 2017 tot mei 2018 vindt een groot inspectieproject plaats. 

Onderstaand leest u meer over rechten en plichten die gelden voor werkgevers en werknemers in de sector horeca.

1. Zorg voor elkaar            

Om veilig te kunnen werken, gaat het allereerst om de zorg voor elkaar. Dit betekent ook dat je vooraf moet nadenken hoe er veilig kan worden gewerkt. Eerst met elkaar het werk bespreken, informeren en pas daarna aan de slag. Dit is niet alleen iets voor de directie en de leiding van het bedrijf. Ook de werknemer op de werkvloer moet voortdurend nagaan hoe hij en de collega naast hem veilig kan werken voordat met de uitvoering van het werk kan worden begonnen.1.

1. Zorg voor elkaar

2. Instructie en toezicht

Het hoofd of de bestuurder van een onderneming moet ervoor zorgen dat in zijn bedrijf de voorschriften of aanwijzingen uit de Arbeidsveiligheidswet BES worden nageleefd. De leiding moet de werknemers dus informeren over de algemene voorschriften en er op letten dat aan deze voorschriften wordt voldaan. Dit betekent dat de werknemers voorlichting krijgen over de risico’s en instructies over de te treffen maatregelen. Ook moet er op worden gelet dat op de voorgeschreven manier veilig wordt gewerkt.

2. Instructie en toezicht

3. Werk- en rusttijden

Arbeidstijden/ Overwerkuren

  • De arbeidsduur voor de werknemer, die werk verricht in hotels, restaurants en casino’s, bedraagt per week maximaal 48 uren. Dit wordt berekend over een periode van vier weken. Per dag mag er niet meer dan tien uur worden gewerkt.
  • De arbeidsduur bedraagt inclusief overwerk maximaal 55 uren per week. Dit wordt berekend over een periode van vier weken. De arbeidsduur inclusief overwerk mag per dag niet meer dan 11 uren bedragen.
  • De  arbeidsduur inclusief overwerk wordt berekend over een periode van 13 weken en bedraagt niet meer dan 48 uren per week.

Voor verricht overwerk ontvangt de werknemer per uur, naast het voor hem geldende volle uurloon, een overwerktoeslag van tenminste 50 percent van zijn uurloon ter compensatie.Naast de overwerktoeslag, moet aan de werknemer:
A) die geen schemawerk verricht (in ploegendienst werkt), bovendien een overwerktoeslag worden betaald van tenminste 50 procent van zijn uurloon, indien het overwerk wordt verricht op diens wekelijkse rustdag, de zondag of op een feestdag;
B) voor schemawerkers geldt bovendien tenminste 50 procent van het uurloon, indien het overwerk wordt verricht op diens door de werkrooster vastgestelde rustdag of op een feestdag.

Pauze
In afwijking van artikel 10, eerste lid, van de Arbeidswet 2000 BES geldt dat de werkgever de werknemer op een dag, waarop deze meer dan zes uren arbeid verricht, een pauze van tenminste een half uur toestaat, tenzij de dienst dat niet toelaat.

3. Werk- en rusttijden

4. Gevaarlijke stoffen

Het ontstaan en de verspreiding van schadelijke of hinderlijke dampen of gassen of van stof in een werklokaal of in een lokaal waar werknemers moeten verblijven, moet zijn tegengegaan. Waar dit niet of niet in voldoende mate mogelijk is, moeten doeltreffende middelen zijn aangewend tot afvoer van die dampen of gassen of het stof uit het lokaal, of ter bescherming van het personeel.

5. Snijgevaar

5. Snijgevaar

De werktuigen, waarvan onderdelen door snijden, knellen, pletten, door hun grote snelheid of op andere wijze gevaar kunnen veroorzaken ( zoals bijvoorbeeld snijmachines en cirkel- of lintzaagmachine voor bewerken van vlees) , moeten zo  zijn opgesteld en ingericht en van zodanige toestellen of beschermingen zijn voorzien, dat het gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen.

5. Snijgevaar

6. Geluid en lawaai

Slechthorendheid treedt op als het geluidsniveau (volume) in de gehoorgang te hoog is, onafhankelijk van het feit of dit geluid mooi klinkt of als lawaai wordt waargenomen. Als vuistregel geldt: als het niet mogelijk is om zonder stemverheffing een gesprek te voeren met iemand binnen een straal van één meter, bestaat de kans op het ontwikkelen van lawaaidoofheid.

6. Geluid en lawaai

7. Persoonlijke beschermingsmiddelen

De werkgever moet zorgen voor goede arbeidsomstandigheden. Dit doet hij door risico's zo veel mogelijk bij de bron te bestrijden en door technische of organisatorische maatregelen te treffen. Zijn deze maatregelen niet voldoende, dan mag de werkgever overgaan tot het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s ) aan zijn werknemers. Het gaat dan om bijvoorbeeld veiligheidsschoenen, handschoenen, veiligheidsbril of –kap en gehoorbescherming

7. Persoonlijke beschermingsmiddelen

8. Fysieke belasting

Iedere werknemer heeft te maken met lichamelijke inspanning. Bijvoorbeeld bij het verplaatsen van producten (tillen, dragen, duwen, trekken). Dan worden de spieren en gewrichten in rug, schouders en armen zo regelmatig gebruikt dat fysieke overbelasting kan ontstaan. Of er is juist sprake van onderbelasting door te weinig bewegen of te lang zitten. Zowel over- als onderbelasting kan leiden tot gezondheidsklachten.

De Arbeidsveiligheidswet BES voorziet niet in voorschriften rondom lichamelijke onder- of overbelasting. De Arbeidsinspectie heeft geen bevoegdheid om hierin dwingend en handhavend op te treden. Wel zal de Arbeidsinspectie naar aanleiding van inspecties adviseren over mogelijke verbeterpunten.

Het beperken van lichamelijke belasting kan door het treffen van de volgende maatregelen:

  1. Voorkom of beperk tilgewichten boven 25 kilogram;
  2. Voorkom of beperk diep bukken;
  3. Voorkom of beperk hoog reiken;
  4. Voorkom te lang zitten of staan.
8. Fysieke belasting

9. Minimumloon

Elke werknemer heeft recht op het minimumuurloon. De bedragen voor het minimumuurloon vindt u hier: Tabel minimumloon

9. Minimumloon

10. Arbeid vreemdelingen

Het is een werkgever verboden een vreemdeling arbeid te laten verrichten zonder een geldige tewerkstellingsvergunning. De tewerkstellingsvergunning moet op verzoek van de inspecteurs van de Arbeidsinspectie direct worden getoond.

10. Arbeid vreemdelingen

11. Gasflessen

Ketels, reservoirs en andere toestellen waarin zich gassen bevinden, die ontploffingsgevaar kunnen opleveren, moeten zodanig zijn geplaatst en ingericht dat een ontploffing zoveel mogelijk wordt voorkomen.

11. Gasflessen

12. Brandveiligheid

Er moeten maatregelen worden genomen om de kans op brand en ongevallen tot een minimum te beperken. Dit betekent dat er technische en organisatorische maatregelen ter voorkoming van brand getroffen moeten worden en dat werknemers weten hoe er moet worden gehandeld bij een calamiteit. In het geval van brand dienen zij bijvoorbeeld te weten dat altijd eerst de Brandweer moet worden gealarmeerd en welke brandblusmiddelen zij wanneer kunnen gebruiken.

12. Brandveiligheid

13. Gladde vloeren/schone vloeren

Een werklokaal moet een doelmatige vloer hebben. In een werklokaal, waarin voor de arbeid veel water wordt gebruikt, moet de vloer zo zijn ingericht dat het water behoorlijk kan aflopen. De vloer van een werklokaal moet worden geschrobd en gedweild tot dat deze goed schoon is.

13. Gladde vloeren - schone vloeren

14. Blootstelling aan hoge temperaturen

Op plaatsen  waar een werknemer is blootgesteld aan temperaturen, hoger dan 5 graden celcius boven de temperatuur van de buitenlucht, moeten zonodig en voor zover de aard van het bedrijf dat toelaat, doelmatige maatregelen worden genomen  om de temperatuur te verlagen of om de nadelige invloed daarvan op de werknemer te verminderen.

14. Blootstelling aan hoge temperaturen

15. Eerste hulp bij ongevallen

Waar arbeid wordt verricht moeten doeltreffende middelen voor eerste hulp bij ongevallen aanwezig zijn. Zij moeten goed beschermd worden bewaard, zodat  er geen verontreiniging door stof of vuil kan plaatsvinden.  Ook moetmen altijd makkelijk bij deze spullen kunnen komen. In de horeca is tenminste één verbandtrommel aanwezig om eerste hulp te verlenen.

15. Eerste hulp bij ongevallen

16. Nooduitgangen

Nooduitgangen moeten vrij zijn van obstakels en gemakkelijk kunnen worden geopend.

16. Nooduitgangen

Waar kunnen werkgevers en werknemers terecht met vragen?

Heeft u een vraag aan de Arbeidsinspectie of wilt u een klacht indienen over uw werkomstandigheden dan kun dat doen bij de Arbeidsinspectie via arbeidsinspectie@RijksdienstCN.com of telefonisch via +599 715 8888.

Voor vragen over salaris en werktijden, of bemiddeling bij een arbeidsgeschil, kunt u terecht bij de afdeling Arbeidszaken. U kunt hen een e-mail sturen via arbeidszaken@RijksdienstCN.com, bellen via 715-8888, of langskomen tijdens de spreekuren. 

Heeft u als werkgever een vraag over tewerkstellingsvergunningen? Dan kunt u zich richten tot het loket van de IND, of e-mailen naar twv@rijksdienstcn.com